tech

Door opsporingssoftware is plagiëren nu wel heel erg dom

Door Wouter van Noort - 08 september 2014

Een aantal studenten zal ook dit nieuwe academische jaar in de verleiding komen om te plagiëren. Dat is door de opmars van anti-plagiaattechnologie onverstandiger dan ooit.

Het academisch jaar is vorige week weer begonnen. Er zullen weinig nieuwe studenten bijzitten die de bedoeling hebben om eens even een lekker potje te plagiëren.

Toch zal het voor een aantal studenten op een gegeven moment in dit collegejaar verleidelijk worden om, in een vlaag van studiestress, een passage uit andermans werk te copy-pasten zonder bronvermelding.

Even iets van Wikipedia voor eigen rekening nemen, of snel wat woorden veranderen in een goed artikel van iemand anders. Dat is door de opmars van anti-plagiaattechnologie onverstandiger dan ooit.

Reputaties

Plagiaat staat geregeld vol in de aandacht; er zijn de laatste jaren heel wat reputaties en carrières gebroken nadat duidelijk werd dat ideeën uit proefschriften of andere (wetenschappelijke) publicaties waren gestolen van anderen. Die incidenten laten zien hoe hoog de pakkans inmiddels is, zelfs bij proefschriften die al jaren geleden zijn ingeleverd.

De grootste aanbieder van anti-plagiaatsystemen van Europa, het Utrechtse bedrijf Ephorus, ziet een duidelijke trend. ‘Inmiddels gebruikt zo’n 95 procent van de Nederlandse instellingen in het hoger onderwijs onze software.

De tijd van wegkomen met plagiaat is in Nederland en Scandinavië al een paar jaar echt voorbij,’ zegt algemeen directeur Hadewich Hoekstra (36). ‘In sommige Zuid-Europese landen is het nog anders, maar hier is plagiëren amper nog mogelijk.’ Officiële cijfers zijn er opmerkelijk genoeg niet of nauwelijks. De Nederlandse vereniging van universiteiten VSNU houdt niet centraal bij hoeveel fraudegevallen er zijn, en veel individuele universiteiten doen dat ook niet.

Werkstukken

Ephorus en concurrerende systemen zoals SafeAssign en Turnitin vergelijken ingeleverde werkstukken met een uitgebreide databank. Die kunnen docenten en universiteiten zelf vullen met materiaal: Wikipedia-pagina’s, wetenschappelijke tijdschriften of werkstukken van andere studenten.

Als er te veel overeenkomsten worden ontdekt tussen het ingeleverde werk en andermans stukken – en er geen goede bronvermelding is – gaan er alarmbellen af. Dan kan de docent nog eens nauwkeurig naar het stuk kijken. Ook veel middelbare scholen gebruiken softwarepakketten van Ephorus en Turnitin.

Vorig jaar was er een incident aan de Maastricht University waarbij een studente een truc had bedacht om de software van SafeAssign te foppen. De universiteit wilde toen niet vertellen wat de truc precies was, om anderen niet op ideeën te brengen. Maar uiteindelijk werd ook deze fraude ontdekt, en het masterdiploma van de studente ingetrokken.

Het blijft een kat-en-muis-spel met fraudeurs. Maar studenten kijken inmiddels wel drie keer uit voordat ze het risico nemen. De straf op plagiaat is doorgaans zeer zwaar, tot permanente schorsing en afname van titels aan toe.

Brede industrie

Nu de academische wereld grotendeels voorzien is van opsporingsystemen, kijken de bedrijven die de anti-plagiaatsoftware aanbieden steeds nadrukkelijker naar toepassingen buiten het onderwijs. Er ontstaat een brede industrie rond het opsporen van overeenkomsten tussen documenten, door wie die ook zijn gemaakt.

‘Onze software kan ook worden gebruikt door bedrijven die bijvoorbeeld vertrouwelijke documenten binnen de organisatie willen houden,’ zegt Hoekstra. Uitgaande e-mails kunnen automatisch worden vergeleken met een databank van vertrouwelijke documenten. Ook krijgt Ephorus volgens Hoekstra soms aanvragen om oude proefschriften van bekende politici te toetsen, en zelfs de Troonrede op plagiaat te controleren.

Controle

En dan loopt de controle van teksten eigenlijk nog behoorlijk achter bij andere digitale media als filmpjes en muziek. Daar zijn technologiebedrijven ook hard bezig plagiaat uit te roeien. Platenmaatschappijen en filmstudio’s investeren al jaren vele miljoenen in het opsporen van auteursrechtelijk beschermd materiaal. Ook daarin is een Nederlands bedrijf een belangrijke speler.

Het Eindhovense Civolution, een spin-off van Philips, speurt in opdracht van grote studio’s als Warner Bros, Sony Pictures en 20th Century Fox het web af naar illegale kopieën van hun films. Dat doet het met andere technieken dan Ephorus. Een van de manieren die Civolution gebruikt, is ‘forensisch watermerken’. Daarbij wordt een digitale code toegevoegd aan auteursrechtelijk beschermd materiaal, als een soort watermerk. Dat watermerk is met software op te sporen; zo kan het materiaal altijd worden herkend.

Dom

De technologie die wordt gebruikt in de populaire app Shazam (waarmee gebruikers liedjes kunnen herkennen door hun smartphone te laten luisteren naar muziek) wordt ook gehanteerd om geplagieerde muziek op te sporen. Internetreus Google heeft ook nog een eigen plagiaatdetectiesysteem voor de videosite YouTube: Content ID.

Met die techniek vergelijkt Google sinds 2007 gepubliceerd materiaal met geluid en beeld waarop auteursrecht rust. De rechthebbenden kunnen in Content ID bepalen wat ze met het geplagieerde materiaal willen doen: het geluid uitschakelen in de gekopieerde fragmenten, de inkomsten uit de video opeisen of de hele video laten blokkeren.

Andermans werk kopiëren is dankzij internet nog nooit zo makkelijk geweest. Maar het is ook zelden zo dom geweest om te doen als nu.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.