tech

Geld verdienen aan data: persoonlijke gegevens zijn goud waard

Door Wouter van Noort - 10 maart 2014

Telecombedrijven verdienen steeds minder aan bellende en sms’ende klanten. Ze vragen zich af: hoe nu verder. Vele willen, net als Facebook, geld verdienen aan persoonlijke gegevens.

Dit artikel verscheen op 1 maart 2014 in weekblad Elsevier.

Oprichters Mark Zuckerberg van Facebook en Jan Koum van WhatsApp waren de sterren van technologieconferentie Mobile World Congress, afgelopen week in Barcelona. Verwonderlijk is dat niet, zo kort nadat Facebook de mega-overname van WhatsApp aankondigde. In één klap werd Koum miljardair en WhatsApp, een bedrijf van amper vier jaar oud met 55 medewerkers, de duurste start-up uit de geschiedenis. In totaal betaalt Facebook 13,8 miljard euro.

De berichtenapp heeft inmiddels 465 miljoen gebruikers: een ongekend aantal in zo’n korte tijd (zie ‘Razendsnelle groei’ op pagina 44). Dat het zo snel kan gaan, komt door het succes van de smartphone. Nog nooit verspreidde een technologische vinding zich zo snel over de wereld als dat apparaat. Vorig jaar werden voor het eerst wereldwijd meer dan een miljard nieuwe smartphones verhandeld.

Die explosie van communicatie zou een goudmijn kunnen zijn voor telecombedrijven, maar is dat niet: hun omzetten dalen al jaren. Voormalige machthebbers als KPN raken steeds dieper in de problemen.

Telecomaanbieders verdienen vrijwel niets aan whatsappende klanten. En Jan Koum van WhatsApp kondigde maandag ook nog aan dat hij binnenkort een beldienst lanceert, vergelijkbaar met de populaire internetbeldiensten Skype en Viber. Telecombedrijven veranderen daardoor in ‘domme pijpen’: ze kunnen alleen nog verdienen aan het doorgeven van data, en daar komt het geld minder makkelijk binnen dan bij hun oude diensten. Die omslag wordt gerealiseerd met bellen, sms’en en de laatste tijd ook steeds meer met televisiediensten. Vandaar dat in Barcelona de belangrijkste vraag aan alle aanwezige telecombedrijven was: wat nu?

De belangrijkste pijler onder nieuwe zakenmodellen is data. Veel telecomaanbieders kijken voor nieuwe verdiensten naar de enorme bergen persoonlijke informatie die zij over hun klanten hebben. Het verdienmodel van Facebook is volledig daarop gebaseerd. Het socialemediabedrijf verzamelt zo veel mogelijk persoonlijke informatie over zijn gebruikers en verkoopt die door aan wie het maar hebben wil, voornamelijk adverteerders die er reclame op maat mee maken – u weet wel, die banners over schoenen die u steeds weer te zien krijgt daags nadat u een onlineschoenenwinkel hebt bezocht.

In theorie kunnen ook telecomaanbieders de communicatiegegevens van hun klanten doorverkopen. Ze hebben wat dat betreft goud in handen, want ze zijn op een of andere manier betrokken bij zo’n beetje alle vormen van communicatie. Als adverteerders Facebook graag betalen voor hun data, waarom zouden ze dan niet ook betalen aan telecomaanbie-ders? Die bedrijven doen tot nu toe vrij weinig met de grote hoeveelheden privé-informatie, deels vanwege wettelijke beperkingen.

Wat de telecombedrijven met die persoonlijke data van plan zijn, verschilt nogal. Daniel Hajj, CEO van het Mexicaanse América Móvil, een belangrijke aandeelhouder in KPN, staat aan de ene kant van het debat. ‘Om mee te kunnen in de concurrentiestrijd, moeten we die data veel beter exploiteren,’ zei hij maandag in Barcelona. De CEO van het Zweedse Tele2, ook actief in Nederland, beschouwt dat echter als een gevaar. ‘Als wij al die privé-informatie te gelde maken, weten we zeker dat we dat maar één keer kunnen doen. Daarna zijn al onze klanten weg,’ aldus Mats Granryd.

Hij ziet juist een concurrentievoordeel in de bescherming van persoonsgegevens door telecombedrijven. ‘Dat is hoe wij ons onderscheiden van de grote internetbedrijven. Zeker nu klanten vaak alleen nog betalen voor data, en van hun telecomaanbieder gratis belminuten en sms’jes krijgen, is het helemaal niet meer zo duidelijk wat het voordeel van “gratis” alternatieven als WhatsApp is.’ Daar heeft Granryd een punt: het versturen van een sms is tegenwoordig bij veel abonnementen gratis geworden. ‘Bij ons weet je tenminste zeker dat je privé-gesprekken ook privé zijn,’ aldus de Zweed.

‘Zeker’ is dataveiligheid nooit: al was het alleen maar omdat alles te hacken is. Maar telecombedrijven hebben wat dit betreft wel een streepje voor op WhatsApps nieuwe eigenaar Facebook. Telecombedrijven hebben in Europa te maken met aanmerkelijk strengere wetten op het gebied van privacy dan hun online-concurrenten, waardoor ze niet hetzelfde met data mogen doen.

Tele2 en enkele andere aanbieders, zoals het Noorse Telenor, willen klanten weer naar zich toe lokken door de nadruk te leggen op de bescherming van hun data. Zij werken ook aan diensten die goede databescherming te gelde kunnen maken voor de telecomaanbieders, bijvoorbeeld mobiele bankiersdiensten of veilige identificatiemethoden voor smartphones.

Dat kan inderdaad wat nieuwe omzet genereren. Maar dat telecombedrijven de oorlog met internetbedrijven kunnen winnen door het beschermen van privé-data, is onwaarschijnlijk. Er ontstaat weliswaar langzaamaan een tegenbeweging tegen het massaal verzamelen van privé-gegevens – zo zijn apps en smartphones die betere privacy beloven bezig aan een opmars.

Maar dat gebeurt nog lang niet met dezelfde snelheid als hun data-oogstende tegenhangers. Voorlopig is er veel meer geld te verdienen aan de exploitatie van privé-informatie dan met de bescherming ervan. Zoveel weten telecomaanbieders inmiddels ook.

Volg Wouter van Noort op Twitter

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.