Kleine organisatie, grote impact

Geen grote administratieve afdeling, noch marketingcampagnes om nieuwe donateurs te werven. En toch weten ook veel kleine goede doelen hun hoofd prima boven water te houden. Hoe doen ze dat?

Het is niet veel goede doelen gelukt om zo groot in het nieuws te komen als Favela Painting, een stichting die samen met de lokale bevolking sloppenwijken en achterstandswijken opfleurt met kleurige muurschilderingen. De stichting trok drie keer de aandacht van de Amerikaanse nieuwszender CNN en haalde zelfs de voorpagina van de New York Times. En dan te bedenken dat Favela Painting bestaat uit maar twee oprichters, een handjevol freelancers en enkele tientallen schilders.

Een van die oprichters is Dré Urhahn (45). Samen met Jeroen Koolhaas maakte hij in 2005 een documentaire over hiphopmuziek in Brazilië. ‘We wilden iets teruggeven aan de bevolking en kwamen op het idee om de sloppenwijken om te toveren tot een kunstwerk. Onze achtergrond in de kunst en architectuur speelde daarbij een rol.’ Wat begon in Vila Cruzeiro in Rio de Janeiro, is inmiddels uitgegroeid tot een wereldwijd project dat naast Brazilië, Haïti en de Amerikaanse stad Philadelphia ook vluchtelingenopvangcentra in Europa bestrijkt. ‘We hadden nooit aan een goed doel gedacht, totdat we zagen dat we echt iets konden betekenen voor de mensen.’

Salarissen

Een struikelblok voor veel kleine goede doelen is het bestuurderssalaris: wie niet veel donaties ontvangt, zal creatief met het beperkte geld moeten omspringen. Dré Urhahn en Jeroen Koolhaas van Favela Painting werkten aanvankelijk op vrijwillige basis, maar besloten daarnaast betaalde presentaties te geven over hun werk. Marleen van der Poel en Rebecca Bijker werken beide op vrijwillige basis. ‘We hebben altijd ons geld kunnen verdienen buiten de stichting om. Het is fijn dat zoveel mensen bij ons tehuis betrokken zijn, zodat we het vrijwillig kunnen doen’, aldus Bijker.

Zien waar het geld terechtkomt

Volgens Rebecca Bijker (43), voorzitter van het Sri Lankaanse kinderopvangtehuis  Home of Hope, is het vooral belangrijk om je als klein goed doel te richten op de kwaliteit van donateurs. ‘Als je zorgt voor persoonlijk contact met donateurs, blijven ze betrokken bij jouw project. Mensen zien bij ons direct waar hun geld naartoe gaat, ik kan het ze allemaal persoonlijk uitleggen. Bovendien komen nieuwe donateurs vaak via mondtot-mondreclame, je kunt dan niet om persoonlijk contact heen.’ Na haar studie pedagogiek en antropologie belandde Bijker als vrijwilliger in een opvanghuis voor kinderen in Sri Lanka. ‘Er woedde op het eiland een burgeroorlog tussen de Tamils en de Singalezen. Voor veel Tamilkinderen dreigde het gevaar dat ze als kindsoldaat geronseld zouden worden. Toen in 2001 een echtpaar die kwetsbare groep kinderen begon op te vangen om ronseling te voorkomen, kreeg ik de vraag om dat te steunen.’ Zo ontstond Home of Hope, een kinderopvangtehuis in het midden van Sri Lanka. ‘Het was eerst een oude kippenboerderij. Op die plek hebben inmiddels meer dan 280 kinderen een veilig thuis gevonden.’ Sinds het einde van de burgeroorlog in 2009 vangt het tehuis ook kinderen op die te maken hebben gehad met seksueel misbruik en andere vormen van uitbuiting.

Dré Urhahn houdt een TED-talk

Naar een volwassen status

Het Nederlandse bestuur van Home of Hope bestaat uit zes vrijwilligers en dertig betaalde krachten in Sri Lanka. Zij helpen de kinderen een zo normaal mogelijk leven te leiden. ‘We werken bewust niet met vrijwilligers. Dan kunnen we de kinderen namelijk continuïteit bieden. Eerst waren mijn ouders mijn grootste financiers, met honderd gulden per maand. Later is dat uitgebreid met donaties van vrienden en familie. Na drie jaar zijn we geprofessionaliseerd met een ANBI-status*, waardoor grotere giften mogelijk werden.’

Elk charitatief project dat wil professionaliseren, krijgt te maken met groeiende administratieve rompslomp. Dré Urhahn van Favela Painting kan ervan meepraten: ‘Je kunt nog zo’n grote gunfactor hebben, als je jaarrekening niet op orde is, zullen mensen geen vertrouwen in je stellen. Je moet verantwoordelijkheid over je geldzaken kunnen afleggen.’

Bij Favela Painting helpt de lokale bevolking niet enkel meer met schilderen, maar ook met administratieve zaken zoals de boekhouding. Anderen koken voor het team of doen zelf de inkopen voor een project. ‘Op die manier scheppen we ook banen met onze projecten, een belangrijke voorwaarde voor ons om iets terug te geven aan de gemeenschap’, aldus Urhahn. ‘We hebben geen geld of tijd voor de administratieve verwerking van maandelijkse donaties, dus dat doen we dan ook niet.’ De toestroom van donaties dankt Favela Painting aan de naamsbekendheid die het fonds kreeg na een TEDtalk door de oprichters in 2014. Die werd online een paar miljoen keer bekeken. ‘Daardoor konden we samen met grote merken als Johnnie Walker campagnes gaan opzetten. Van dat geld kun je een jaar lang projecten onderhouden.’

Rebecca Bijker en Dilajshana

Om toch eenmalige donaties te krijgen, begonnen Urhahn en Koolhaas in 2013 een crowdfundingactie via Kickstarter. ‘Aan de hoogte van donaties waren artikelen als t-shirts en schetsen verbonden, wat 1.700 mensen aantrok.’ Geweldig, vond Uhrhahn, maar vervolgens kostte het veel tijd om alles te versturen en te regelen. ‘Ons team had er een dagtaak aan. Dat hebben we verschrikkelijk onderschat.’

Sociale media

Voor Stichting Mara, die giften in natura naar Balkanlanden brengt, is transparantie nog belangrijker. ‘We worden gerund door studenten. Mensen hebben snel het idee dat wij op een projectreis andere dingen met het geld doen. Het is daarom belangrijk dat we laten zien waar we het aan besteden’, legt voorzitter Marleen van der Poel (22) uit. Sociale media lenen zich daar goed voor: het fonds heeft een pagina op Snapchat en Instagram. Op die laatste site worden foto’s geplaatst en iedere dag verschijnt er ook een dagverslag op Facebook. ‘Onze doelgroep is actief op social media. Berichten over wat we doen, verspreiden zich daardoor makkelijk. Dat is goed voor onze naamsbekendheid.’

Niet alle goede doelen zijn actief op sociale media. Home of Hope doet het mondjesmaat, zegt Rebecca Bijker. ‘Je legt het op dat gebied toch snel af tegen de grote goede doelen. Hun foto’s en video’s zijn toch altijd gelikter.’ Urhahn van Favela Painting heeft een stagiaire die zich bezighoudt met sociale media. ‘Het is echt een dagtaak om elke dag een bericht te plaatsen en conversaties te onderhouden. Dat kost tijd die we niet kunnen gebruiken om te schilderen.’ Wel heeft Favela Painting een ‘hoog Instagram-gehalte’, stelt Urhahn. ‘Mensen die op vakantie gaan naar Rio de Janeiro komen vaak met ons werk in aanraking en maken er foto’s van. Dat helpt natuurlijk wel voor de naamsbekendheid. Maar het levert niet altijd nieuwe donateurs op.’

Links: Favela Painting gaf kleur aan het vluchtelingenkamp van Skaramagas in Athene met een klassiek tegelmotief op de grond. De kinderen van het kamp maakten er een speelplaats van. Boven: Buurtverbeteringsproject in Vila Rosa, Port-au-Prince in Haïti

Benefietavond

De genoemde goede doelen zijn wel unaniem in hun oordeel over informatieavonden voor donateurs. Voor Stichting Mara zijn deze avonden zelfs van levensbelang, zegt Marleen van der Poel. ‘Aan het begin van het studentenjaar leggen we uit wat we doen tijdens de introductieweek. Op een later evenement kunnen ze als donateur intekenen.’ De stichting is in zeven steden actief, elk met acht studenten die op vrijwillige basis hun stad vertegenwoordigen. In totaal kent de stichting tweeduizend actieve donateurs. Dat persoonlijke contact zorgt er volgens Van der Poel voor, dat mensen vaak tekenen voor de vijf euro per maand die de stichting vraagt om goederen in Balkanlanden te kunnen kopen. ‘Doordat medestudenten zelf aan het fonds bijdragen, is de drempel om iets te geven lager. Donateurs weten dus aan wie ze het geld toevertrouwen. Wij kopen van de giften spullen. Die schenken we liever dan geld. Je weet op die manier zeker dat het goed terechtkomt.’

Favela Painting organiseert ‘af en toe’ een avond waar mensen kunstwerken kunnen kopen. Home of Hope doet het vaker, maar vooral voor het onderhouden van persoonlijk contact. Bijker: ‘We hielden eerst grote benefietavonden, maar wemerkten dat kleinschalige bijeenkomsten veel beter bij ons doel passen.’ Bijker reist vier keer per jaar naar Sri Lanka om met eigen ogen te zien hoe het met het project gaat. ‘Dan kan ik ook zien waar behoefte aan is. Het is als klein goed doel makkelijker om je ogen en je oren op de grond optimaal te gebruiken, omdat je flexibeler bent.’ Urhahn woonde bijna een jaar zélf in een favela om te voelen waar bewoners behoefte aan hadden. ‘Het was de ultieme vorm van jezelf vragend opstellen. Je wordt één met je eigen doelgroep. Ik zeg zeker niet dat iedereen die een klein goed doel leidt, dit ook moet doen. Mij heeft het in ieder geval bewuster gemaakt van de behoeften ter plaatse.’

Is groter worden een ambitie van het kleine goede doel? Van der Poel ziet er geen brood in. ‘Het bestuur van Stichting Mara wisselt elke vijf jaar, dus dat zit er niet in. Ook ons donateursbestand blijft nagenoeg hetzelfde.’

Groeien

Home of Hope en Favela Painting zijn flink gegroeid sinds hun oprichting. ‘Daar komen weer nieuwe uitdagingen bij kijken’, zegt Bijker van Home of Hope. ‘Ons werk begint meer vruchten af te werpen. Zo krijgen we meer giften die een speciaal doel dienen. Ons kinderopvangtehuis heeft nu bijvoorbeeld zonnepanelen. Dankzij een bijdrage van iemand die ons wilde helpen verduurzamen.’

CBF-keurmerk

Voor goede doelen is een CBF-keurmerk een aanbeveling. Daarmee kan aangetoond kan worden dat aan strenge kwaliteitseisen is voldaan. Aan een CBF-keurmerk zijn kosten verbonden. Vanwege de hoogte daarvan was het voor veel kleine goede doelen niet haalbaar deze erkenning aan te vragen. Sinds 2016 kent de organisatie ook een keurmerk die voordeliger geprijsd is. Sinds de introductie hebben 138 kleine goede doelen het keurmerk verkregen.

Ook Favela Painting is bezig met een groot project uit een specifieke gift. Dré Urhahn: ‘Het Gieskes Strijbis Fonds, dat uit een nalatenschap is ontstaan, maakt het ons mogelijk om een kenniscentrum met online informatie en lessen te starten over community art work. Een van de directieleden van het fonds kwam ons tegen op een reis in Brazilië. Het was hem opgevallen dat de mensen die daar op straat aan het werk zijn dezelfde zijn als die je op de foto’s op onze website ziet. Dat overtuigde hem. En zo merk je dat je beperkte omvang in je voordeel werkt.’

* Een ANBI, een algemeen nut beogende instelling, wordt toegewezen door de Belastingdienst

TerZake is een bijlage van Media Lab en valt buiten de verantwoordelijkheid van de redactie van Elsevier Weekblad. De thematiek komt tot stand op basis van wensen van adverteerders en de artikelen worden door onafhankelijke journalisten gemaakt.

‘ Bij werven nalatenschap is voorzichtigheid geboden’

Goede doelen hebben steeds meer oog voor ouderen die een organisatie willen opnemen in hun testament, zegt Arjen van Ketel. Hij is specialist in de werving van nalatenschappen. Ouderen die kinderloos zijn gebleven willen dat hun erfenis goed terechtkomt en zoeken een mooie bestemming. Arjen van Ketel (61), auteur van het Handboek Nalatenschappen, brengt ieder … Continued

Lees verder

Hoe uw vermogen generaties lang meegaat

Met de juiste strategie kunnen niet één, maar meer generaties na u profiteren van uw nalatenschap. Schenk bijvoorbeeld aan uw kleinkinderen, of richt een familiefonds op dat uw kinderen leert met geld om te gaan. Wat u ook doet: laat uw partner niet met te weinig geld achter. De beroemde Amerikaanse familie Rockefeller denkt op … Continued

Lees verder

Een hoogsteigen cultuurfonds

Met een fonds op naam wordt een nalatenschap een blijvende bron van goeds. Het Prins Bernhard Cultuurfonds telt al ruim 450 van dit soort persoonlijke fondsen, voor cultuur, natuur óf wetenschap. Marceline Loudon, adviseur mecenaat, licht de mogelijkheden toe. Wie nalaat aan het Prins Bernhard Cultuurfonds, doet dat meestal uit innerlijke overtuiging, weet Marceline Loudon … Continued

Lees verder

‘Medische vooruitgang danken we ook aan nalatenschappen’

Jaarlijks laten ongeveer 180 tot 200 mensen na aan de Nierstichting. Veel van deze donateurs hebben een intrinsieke motivatie om dat te doen: vooral omdat ze in hun directe omgeving hebben gezien hoe ingrijpend nierfalen is. Cindy Letschert (37) is bij de Nierstichting verantwoordelijk voor de contacten met potentiële nalaters. Zij hoort uit de eerste … Continued

Lees verder

‘Redders aan de wal’ onmisbaar voor KNRM

Al 194 jaar steunt een grote schare donateurs de Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij (KNRM). Dankzij genereuze giften en nalatenschappen varen snelle reddingboten over zee en kunnen vrijwilligers professioneel worden opgeleid. Jaarlijks voert de KNRM zo’n 2.100 reddingsacties uit op de Nederlandse wateren. Er staan 1.300 vrijwilligers 24 uur per dag klaar om mensen uit de … Continued

Lees verder