buitenland

Amerika draait duimschroeven Syrië aan na chemische aanval

Door Tom Reijner - 24 april 2017

De Verenigde Staten hebben honderden medewerkers van een Syrisch onderzoekscentrum op een zwarte lijst gezet. De instelling wordt volgens het Amerikaanse ministerie van Financiën verantwoordelijk gehouden voor het ontwikkelen van chemische wapens voor de Syrische regering.

De bewuste personen worden door de maatregel vooral financieel getroffen. Amerikaanse banken wordt opgedragen om hun tegoeden bevriezen.

Sancties

Ook mogen bedrijven uit de Verenigde Staten geen zaken meer doen met de 271 medewerkers van het Syrische Centrum voor Wetenschappelijke Studies en Onderzoek. De personen die zijn toegevoegd aan de sanctielijst werken volgens de Amerikaanse regering in een aantal gevallen al ruim vijf jaar aan het chemischewapenprogramma van Syrië.

Minister van Financiën Steven Mnuchin zei in een eerste reactie dat Amerika vastberaden is om de ‘financiële netwerken te sluiten van alle personen die zijn betrokken bij de productie van chemische wapens waarmee gruweldaden worden gepleegd’.

Er knapte iets bij Trump

De Amerikaanse president Donald Trump houdt de Syrische dictator Bashar al-Assad verantwoordelijk voor de chemische aanval in de Syrische provincie Idlib, drie weken geleden. Als vergelding voor deze gifgasaanval, waardoor meer dan negentig mensen om het leven kwamen, liet Trump 59 Tomahawk-raketten afvuren op een Syrische legerbasis. ‘Ik deins er niet voor terug om het nog een keer te doen,’ sprak hij nadien dreigend.

Toen hij de beelden van de slachtoffers van de gifgasaanval zag, knapte er iets, zegt Trump. ‘Als ik zie dat mensen verschrikkelijke chemische wapens gebruiken, en ik zie dat deze prachtige kinderen dood in hun vaders armen liggen, of je ziet kinderen die happen naar lucht… Als je zoiets ziet, ik heb meteen generaal James Mattis [de minister van Defensie, red.] gebeld.’

Voor Amerika is het nu zo duidelijk als wat: Assad moet het veld ruimen. De nieuwste sancties passen in dat beeld.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.