Verhaal van de dag

Na de aanslag: 4 vragen over conflict Nederland-Iran

Door Matthijs van Schie - 24 september 2018

Iran is zaterdag opgeschrikt door een grote aanslag op een militaire parade. De Iraanse regering beweert dat westerse landen, waaronder Nederland, de vermoedelijke daders steunen, en neemt stevige diplomatieke maatregelen. Wat is er aan de hand? Vier vragen en antwoorden over het conflict tussen Nederland en Iran.

Wat is er gebeurd?

Tijdens een militaire parade ter herdenking van de Irak-Iran-oorlog (1980-1988) in de zuidwestelijke stad Ahvaz namen vier aanvallers op motorfietsen, die waren vermomd als militairen van de Revolutionaire Garde, de deelnemers onder vuur. Zeker 29 mensen, onder wie veel soldaten, kwamen om het leven, meer dan 70 mensen raakten gewond.

De vier aanvallers zijn gedood door het Iraanse leger, de meesten van hun vermeende handlangers zijn gearresteerd. Dat zei de Iraanse minister van Inlichtingen Mahmoud Alavi maandagochtend, tijdens de begrafenisstoet voor ‘zij die het martelaarschap hebben verkregen’, meldt het Iraanse staatspersbureau IRNA.

Hoe reageert Iran?

De Iraanse regering wijst naar ‘het landelijk verzet van al-Ahvaz’, een koepelorganisatie van oppositiegroepen uit de westelijke regio Khuzestan. Al-Ahvaz staat bekend als een separatistische beweging, die het panarabisme – een beweging die de Arabische volkeren en naties in Noord-Afrika en het Midden-Oosten wil verenigen – aanhangt. De overwegend seculiere ‘paraplugroepering’ verkeert al decennia in conflict met het sjiitsche regime van de ayatollahs.

Ook terreurgroep Islamitische Staat heeft via zijn persbureau Amaq de verantwoordelijkheid opgeëist, maar de autoriteiten in Teheran spreken dat tegen. Volgens een woordvoerder van het Iraanse leger zijn de schutters getraind in de Golfstaten, maar de minister van Buitenlandse Zaken Anwar Gargash van de Verenigde Arabische Emiraten (VAE) ontkent elke betrokkenheid: ‘De ophitsing tegen de VAE vanuit Iran is jammerlijk. Onze historische positie tegen terreur is duidelijk, en Teherans beschuldigingen zijn ongefundeerd.’

Tot slot legt Iran ook de schuld bij de Verenigde Staten en Israël: ‘Ze zijn niet van Daesh (een Arabisch acroniem voor IS, red.), of andere groepen die Irans islamitische systeem bestrijden (…) maar zijn gelieerd aan Amerika en de Mossad,’ aldus een legerwoordvoerder. Het hoofd van de Revolutionaire Garde heeft maandagochtend gedreigd met een ‘verwoestende wraakactie’ tegen Amerika en Israël, die volgens hem ‘spijt krijgen van wat ze hebben gedaan’.

Zondag veroordeelde Amerika de aanval al bij monde van VN-ambassadeur Nikki Haley, maar zij adviseert Iran om ‘in de spiegel te kijken’. Haley meent dat de aanslag een gevolg is van de ‘langdurige onderdrukking van het Iraanse volk door president Rouhani’. Dat meldt de BBC.

Wat heeft Nederland ermee te maken?

Teheran heeft zondag de ambassadeurs van Nederland, Denemarken en het Verenigd Koninkrijk ontboden, omdat zij volgens het regime onderdak en steun bieden aan ‘radicale oppositiegroepen’. Het Iraanse ministerie van Buitenlandse Zaken noemt het ‘onacceptabel dat deze groepen niet als terroristische organisaties te boek staan bij de Europese Unie, omdat ze nog geen terreuraanslag in Europa hebben gepleegd’. Volgens Iran is ‘het landelijk verzet van al-Ahwaz exact hetzelfde als IS, en zou geen onderscheid moeten worden gemaakt tussen inwoners van het ene of het andere land’.

Een van de groepen die aan de separatistische beweging is gelieerd, is de Arab Struggle Movement for The Liberation of Al-Ahwaz (ASMLA). Leden daarvan worden in Iran beschouwd als terroristen en zijn uitgeweken naar onder meer Nederland, Denemarken en het Verenigd Koninkrijk. Het Nederlandse kantoor van de beweging zit in Delft.

Historicus en zogenoemd Iran-deskundige Peyman Jafari, lid van de extreem-linkse actiegroep Internationale Socialisten, zegt tegen onder meer de NOS en RTL Nieuws dat ASMLA ‘een gewapende strijd voert’. Zelf ontkent de beweging in een persbericht alle betrokkenheid bij de aanslag in Ahvaz: een splintergroep die al in 2015 is geroyeerd, heeft de aanval nu ten onrechte namens ASMLA opgeëist, aldus de beweging.

Ook leden van andere Iraanse oppositiegroepen, zoals de marxistisch-islamitische verzetsbeweging Volksmudjahedien (MKL), worden in Iran vervolgd en wijken uit naar Europa. Teheran jaagt ook in Europa op deze groepen, getuige de moord op Reza Kolahi, die vermoedelijk banden had met de MKL en in 2015 werd doodgeschoten voor zijn huis in Almere. Vorig jaar kwam de Iraans-Nederlandse activist Ahmad Mola Nissi – die leider was van de ASMLA – bij een soortgelijke aanval om het leven in Den Haag. De politie liet in maart weten ‘een link tussen beide zaken te onderzoeken’.

Wat betekent dit voor de relatie tussen Nederland en Iran?

VVD-Kamerlid Sven Koopmans, die de vertrokken Han ten Broeke opvolgt als buitenlandwoordvoerder, schreef zondag in een bericht op Twitter dat hij verontwaardigd is over de aantijgingen van Iran aan het adres van Nederland. ‘Afschuwelijke aanslag, diep bedroefd. Maar Nederland schuld geven? Sterk weerwoord noodzakelijk,’ aldus Koopmans, die aankondigde Kamervragen te  stellen over de kwestie.

Het ontbieden van de Nederlandse ambassadeur in Iran onderstreept de gespannen verhouding die beide landen de laatste maanden hebben. In juli bleek dat Nederland twee medewerkers van de Iraanse ambassade in Den Haag had uitgezet, al wilde het ministerie van Buitenlandse Zaken toen niet laten weten waarom. Vermoed wordt dat het besluit te maken had met een verijdelde aanslag waarbij Iraanse diplomaten betrokken waren.

Assadollah Assadi, die werkte voor de Iraanse ambassade in de Oostenrijkse hoofdstad Wenen, werd begin juli opgepakt wegens betrokkenheid bij het beramen van een aanslag. Hij had een Belgisch-Iraans echtpaar voorzien van explosieven, waarmee ze een aanslag wilden plegen op de bijeenkomst ‘Free Iran 2018′ van zo’n 25.000 Iraanse oppositieleden in de Franse hoofdstad Parijs. Ze werden opgepakt door de Belgische antiterreurpolitie. Volgens Amir S., die in Iran werd vervolgd wegens sympathieën voor de Volksmudjahedien, staat zijn familie ‘in Iran onder zware druk van de overheid’, die hem dwong de aanslag te plegen.

Het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken bevestigt met vertegenwoordigers van de Iraanse overheid te hebben gesproken, maar wil niets kwijt over de inhoud van de gesprekken. ‘We hebben de Iraanse lezing aangehoord en condoleances voor de aanslag overgebracht,’ aldus een woordvoerder. Tal van andere landen hebben, evenals de Europese Unie en de Verenigde Naties, hun condoleances overgebracht aan Iran.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.